Vakkenpakket
A - Het vergroten van de praktische vaardigheden
Het vergroten van de praktische vaardigheden van de leerling gebeurt door het brede aanbod van praktijkvakken uit de vier sectoren waarin onze leerlingen later hun werk vinden;
- groen
- economie
- verzorging
- techniek
De Praktijkvakken die
op school gegeven worden zijn: hout- en metaalbewerking, EHBO, VCA,
plant- en dierverzorging, trekkerrijbewijs, schoonmaken, koken en
huishoudkunde, textiele werkvormen, klussen, electro, verkoop,
‘woonhuis’ en fietstechniek.
Het brede aanbod van praktijkvakken zorgt ervoor, dat leerlingen veel
ervaring opdoen in verschillende werkzaamheden. De leerling kan zo een
keuze maken in welke richting hij/zij later wil gaan werken.
De theorievakken, die op school gegeven worden, zijn ondersteunend aan de praktijkvakken en bevorderen de zelfredzaamheid van de leerling. De theorievakken zijn: Nederlandse taal (taal, schriftelijk, begrijpend lezen), Engels, rekenen en wiskunde (geldrekenen, klokkijken, meten en wegen), informatiekunde, agenda-beheer, culturele en maatschappelijke oriëntatie, levensbeschouwing, praktische en arbeidsoriëntatie en verzorging.
B - Het vergroten van de algemene arbeidsvaardigheden
Met algemene arbeidsvaardigheden worden bedoeld:
- de werkhouding
- de werkaanpak
- de sociale vaardigheden
Bij
de werkhouding wordt gekeken naar de motivatie, de inzet, het
doorzettingsvermogen en het verantwoordelijkheidsgevoel van de leerling.
Bij werkaanpak wordt o.a. gekeken naar de mate van zelfstandigheid,
heeft de leerling een structuur bij de werkaanpak (denken, doen,
nakijken), toont de leerling initiatief, het gebruik van het materiaal,
het tempo en de nauwkeurigheid.
Bij sociale vaardigheden wordt gekeken naar de omgangsvormen, de
assertiviteit van de leerling, het omgaan met kritiek, het omgaan met
emoties, samenwerken en de persoonlijke presentatie (houding,
uitstraling, verzorging en taalgebruik).
Het werken aan deze algemene arbeidsvaardigheden gebeurt vooral bij de praktijkvakken. De leerkracht observeert en beoordeelt de leerling bij zijn werkzaamheden op de bovengenoemde vaardigheden en stelt een persoonlijk ontwikkelplan op om bepaalde vaardigheden te verbeteren. Dit plan kan onderdeel zijn van het portfolio, een bewijzenmap waarin de vaardigheden vermeld staan.
C - Aandacht voor de motorische vaardigheden
Naast het vergroten van de praktische vaardigheden en het vergroten van de algemene arbeidsvaardigheden is het voor de algehele ontwikkeling van de leerling belangrijk dat er aandacht wordt besteed aan de motorische vaardigheden. Dit gebeurt vooral in het vak sport en spel. Nieuw in het programma is het onderdeel ‘stoeigroepen’, waarin sociale vaardigheden op een fysieke manier worden geoefend. (b.v. afstand bewaren). Vakken als tekenen bevorderen de creativiteit van de leerling.
Een volgende stap in de geleidelijke overgang van school naar werksituatie vormt de stage, waarin de praktische vaardigheden en de arbeidsvaardigheden verder geoefend en vergroot worden buiten de school. Het moment van aanvang van de externe stage heeft te maken met de individuele ontwikkeling van de leerling.

