In de onderbouw maken de leerlingen kennis met het vak koken. In het eerste jaar worden de leerlingen ingedeeld in de keuken binnen de workshops. Tijdens de workshops maken de leerlingen onder leiding van de docent een aantal gemakkelijke producten aan de hand van een werkkaart.
In het tweede leerjaar volgen alle leerlingen een periode van een half jaar het vak koken. Binnen deze lessen maken de leerlingen uitgebreid kennis met het vak. tijdens de lessen zit een opbouw van gemakkelijk naar moeilijk. Ook zijn de leerlingen bezig met hygiënisch werken, samenwerken, de basisprincipes zoals leren wegen en meten enz..
In de bovenbouw gaat het erom dat we de zelfredzaamheid vergroten van de leerlingen, zodat zij aan het einde van de periode geheel zelfstandig een maaltijd kunnen bedenken en bereiden. Dat betekent dat de leerling een recept moet kunnen lezen, een boodschappenbrief moet kunnen maken, boodschappen moet kunnen doen inclusief het controleren van het wisselgeld, en als laatste (niet onbelangrijk) de maaltijd zelfstandig klaar moet kunnen maken. het stukje samenwerking is hierbij ook weer heel erg belangrijk. Er wordt bij voorkeur gewerkt in tweetallen. Verder werken wij in de bovenbouw aan sociale vaardigheden, maaltijden die bereidt zijn worden gezamenlijk aan tafel gegeten. Tijdens het eten wordt er van alles besproken, zoals gebeurtenissen in het weekend, leuke mededelingen, persoonlijke mededelingen enz..
Het vak koken is ook een sociaal gebeuren, zo gaat het niet alleen om de prestatie. De sfeer, iets doen voor een ander, gezelligheid staan centraal.







